Tijdens de Achttiendaagse Veldtocht aan het begin van de Tweede Wereldoorlog sterven meer dan zesduizend Belgische soldaten. Een van hen is Emiel Deckers uit Deurne. Hij komt om het leven in de slag om de Leie bij Gottem, vandaag een deelgemeente van Deinze. Heemkundigen uit de streek bewaren een brief van zijn weduwe over haar man. Ze zijn op zoek naar nabestaanden om hen de brief te overhandigen.
Op 14 juni 1940 schrijft Maria De Kinder een brief aan het gemeentebestuur van Gottem. Ze verblijft op dat ogenblik in Peutie, maar is eigenlijk afkomstig uit Deurne. Aan de Boterlaarbaan 475 woonde ze daar met haar man Emiel Deckers. Daar heeft ze al een tijd niets meer van gehoord. In de krant leest Maria dat er bij de gesneuvelden in de slag om de Leie bij Gottem drie onbekenden zijn. Ze vermoedt dat Emiel een van hen kan zijn en vraagt of er geen bewijsstukken zijn die zijn identiteit kunnen bevestigen. Maria beschrijft zijn uiterlijk: klein van gestalte, blond haar, blauwe ogen en “een dikte aan de keel kiekenborst genaamd”. Ze schrijft in haar brief ook de trouwring die Emiel draagt, en laat weten dat hij een foto van haar en eentje van hun kindjes bij zich heeft.
Wat Maria pas later zal vernemen, is dat Emiel dan al negentien dagen overleden is. Toch voelt ze dat er slecht nieuws zou kunnen komen: “Indien, mijnheeren, ge daar iets moest van vinden, laat het mij dan alstublieft weten. Beter de waarheid te weten dan altijd in onrust te zijn.”
Maria De Kinder schrijft in juni 1940 een brief naar het gemeentebestuur van Gottem. Ze zoekt meer informatie over haar man Emiel Deckers.
Goede tekenaar
Emiel Marijn – officieel Emilius Marinus – Deckers wordt geboren op 27 juli 1913 in Borgerhout. In 1929 behaalt hij zijn diploma derde graad aan de Lagere Jongensschool n° 16 aan de Antwerpse Grote Hondstraat. Die school zal later, in de nacht van 28 augustus 1942, dienstdoen als verzamelplek van opgepakte Joodse burgers tijdens een grootscheepse razzia. Volgens de directie is Emiel een goede tekenaar.
In de jaren 30 werkt Emiel als ijzerdraaier en ‘monteerder’. In 1933 wordt hij aangeduid als dienstplichtige – ‘soldaat-militiaan’ zoals dat dan wordt genoemd – bij het 6de linieregiment in Antwerpen. Op 17 november 1934 trouwt hij met Maria Elisabeth De Kinder.
Duitse militaire overmacht
Op 1 september 1939 valt nazi-Duitsland Polen binnen. Net op die dag wordt Emiel ingedeeld bij het 17de linieregiment, een gebeurtenis die niet zonder belang is voor zijn lot tijdens de oorlog. Op 10 mei 1940 vallen de nazi’s ook België aan. De belangrijkste elementen in de Belgische verdediging – het fort van Eben-Emael en het Albertkanaal – blijken amper bestand tegen de Duitse militaire overmacht. En nog voor de toestellen kunnen opstijgen, wordt zowat de helft van de Belgische luchtmacht door de Duitsers uitgeschakeld. Het Belgisch leger – nochtans meer dan 600.000 manschappen sterk – moet wijken en verschanst zich op de as Antwerpen-Namen.
Op 26 mei 1940 sneuvelt de Antwerpse soldaat Emiel Deckers in Gottem bij Deinze. © ARA2, Ministerie van Defensie, Stamboekdossiers, 2034476
Wanneer Duitse tanks in het noorden van Frankrijk westwaarts oprukken, dreigt het Belgisch leger omsingeld te worden. Daarom trekt het zich verder terug tot achter de Schelde. In de nacht van 17 op 18 mei wordt Brussel opgeven, op 18 mei marcheren er Duitse troepen door de straten van Antwerpen en op 23 mei volgt ook Gent. Het Belgisch leger moet zich verder naar het westen terugtrekken en verschanst zich achter de Leie. Daar raakt het ook omsingeld en afgesneden van hulp van de Fransen en de Engelsen.
De Duitse opmars brengt een grote vluchtelingengolf op gang. De slachtingen door Duitse troepen in 1914 liggen bij velen nog vers in het geheugen. West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk zijn de bestemming van vele Belgen op de vlucht. Het Rode Kruis schat dat een maand na de Duitse inval zowat een kwart van de Belgische bevolking in Frankrijk verblijft.
Wie schiet op wie?
Het Belgisch leger levert zijn ultieme strijd aan de Leie. Het is ook hier dat we Emiel Deckers weer tegenkomen. De Leie is bochtig en smal, en bovendien is de rivier in 1940 ook ondiep. Rond het dorp Gottem wordt – net als elders langs de Leie – gedurende drie dagen hevig gevochten. De menselijke verliezen aan beide kanten zijn zwaar en ook de materiële schade is groot. De Belgische troepen – met een sterke aanwezigheid van de Ardense Jagers – bezetten hun stellingen al even voor de Duitse troepen arriveren. Ze blazen onder meer enkele bruggen op.
In de ochtend van 24 mei breekt het oorlogsgeweld los. Aanvankelijk schieten de Duitsers weinig op. “De opmars naar Gottem stikte weer in het bloed”, schrijft een Duitser achteraf over de 25ste mei. Maar op 26 mei worden de Belgische troepen finaal verslagen. De chaotische strijd eist die dag weer vele slachtoffers. “Zowel de Belgische als de Duitse eenheden bevonden zich in een soort onoverzichtelijk kluwen”, schrijft Gottemnaar Stefaan Vandenbroucke in zijn werk over de strijd om zijn dorp. “Wie schoot op wie?
Op deze kaart van vandaag zijn de oude Leiearmen goed te zien. De rivier heeft in 1940 een kronkelige loop, wat de verdediging door het Belgisch leger bemoeilijkt. © OpenStreetMap
Capitulatie na 18 dagen
Rond 14 uur is de strijd rond Gottem zo goed als gestreden. Bijna de volledige gemeente is in Duitse handen. In de omgeving wordt die namiddag door het Belgisch leger nog wat weerwerk geboden, maar het verdict is gevallen: België moet zijn verdediging definitief opgeven. Op 27 mei polst Leopold III of een overgave onder voorwaarden mogelijk is, maar daar hebben de nazi’s geen oor naar. Om 23 uur beslist de koning om onvoorwaardelijk te capituleren, tegen de wil van de regering-Pierlot. Op dinsdag 28 mei om 4 uur ’s ochtends gaat de wapenstilstand in en is de Achttiendaagse Veldtocht definitief voorbij. De menselijke tol van een strijd waarvan men wist dat die niet te winnen was, is hoog: meer dan dertienduizend Belgen laten het leven, waarvan ongeveer de helft burgers zijn.
In de Leiedorpen wordt de menselijke en materiële schade opgemeten. Kraters van granaatinslagen tekenen het landschap, huizen zijn zwaar beschadigd. Familieleden zoeken wanhopig naar overlevenden. De gemeente Gottem ontvangt vele brieven van families van soldaten. De balans oogt zwaar: 93 Belgische soldaten laten het leven in Gottem, waarvan 77 Ardense Jagers. Ook 6 burgers overleven de slag rond het dorp niet. Het aantal gesneuvelde Duitse soldaten ligt zelfs nog hoger.
De kerk van Gottem wordt in mei 1940 zwaar beschadigd. © collectie Arnold Vandenbroucke
“Zij hadden schrik dat het enorm was”
Het 17de linieregiment waartoe Emiel Deckers behoort, ligt tijdens de Leieslag rond de lokale Mandelbeek, in steun van de Ardense Jagers. De soldaten van het 17de komen voor 70% uit de provincie Antwerpen. Bij het uitbreken van de oorlog is het regiment opgesteld aan het Albertkanaal bij Herentals. Op 14 mei verschanst het zich aan de Dijle en op 20 mei aan de Schelde. Echte gevechten maakt het 17de linie daar niet mee. Dat verandert als het regiment wordt ingeschakeld in de laatste grote Belgische verdedigingspoging aan de Leie.
Bij de gevechten rond Gottem telt het 7de linieregiment zeven doden. Ze sneuvelen of raken dodelijk gewond. Vijf van hen sterven door een Belgische obus. Die treft hen wanneer ze als krijgsgevangenen naar Machelen stappen, onder begeleiding van twee Duitsers die ook omkomen. Over het lot van de andere twee vertelt een ooggetuige in het werk van Stefaan Vandenbroucke. Ze is op weg naar Grammene: “Iets voorbij de brug, links van de weg, lagen er 2 lijken – soldaten van het 17de linie, maar in burgerkleren. Wij herkenden ze. ’s Vrijdags tevoren waren ze nog bij onze buur Jeroom van Aelst geweest. Zij hadden schrik dat het enorm was. Toen Jeroom en zijn familie later op de vlucht was gegaan, hadden ze zijn kleren aangetrokken.”
De grafzerk van Emiel Deckers is te vinden op het ereperk van begraafplaats Ruggeveld in Deurne. © Gazet van Deurne
In eervolle omstandigheden gesneuveld
De dag waarop de Duitsers Gottem inpalmen, 26 mei 1940, is de dag waarop de 26-jarige Emiel Deckers omkomt. De gemeente situeert zijn overlijden aan de Polderweg in Gottem. Op basis van die locatie, is de meest aannemelijke veronderstelling dat hij omkomt door de Belgische obus. Het Ministerie van Landsverdediging stelt achteraf dat hij “in eervolle omstandigheden” is gesneuveld. Hij krijgt postuum twee eretekens: ridder in de Orde van Leopold II en Oorlogskruis, beide met palm.
Emiel Deckers wordt begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Gottem. Op 27 juli 1940 – Emiel zou die dag 27 worden – brengt men zijn lichaam over naar het Sint-Fredeganduskerkhof in zijn woonplaats Deurne. Daar wordt het begraven op het ereperk voor de gesneuvelde soldaten. Later wordt zijn zerk bijgezet op het ereperk van begraafplaats Ruggeveld, ook in Deurne.
Bij de zeven dodelijke slachtoffers van het 17de linieregiment is er nog een Antwerpenaar, de 34-jarige diamantbewerker Edward Derdin. Hij wordt gehuldigd met dezelfde eretekens als Emiel Deckers. Een van de andere gesneuvelde soldaten is de Bornemse wielrenner Louis Rolus.
Gezocht: nabestaanden van Emiel en Maria
De brief van Maria De Kinder aan het gemeentebestuur van Gottem wordt vandaag bewaard door lokale heemkundigen. Zij willen de brief graag overhandigen aan de nabestaanden van Emiel en Maria. Wie afstamt van hen of weet heeft van nabestaanden, mag contact opnemen via 051 53 48 43.
Met dank aan Wilfried Defillet (Gazet van Deurne), Gilbert Persijn en Arnold Vandenbroucke.