Direct naar inhoud
Tank aan de Kaaien naast Het Steen

Tijdlijn

Scroll door de tijdlijn en leer de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Antwerpen kennen aan de hand van de belangrijkste data. 

 

Scroll

Tank aan de Kaaien naast Het Steen

1 september 1939

Het begin van de Tweede Wereldoorlog

Op 1 september 1939 valt nazi-Duitsland Polen aan. Enkele dagen later verklaren Groot-Brittannië en Frankrijk de oorlog aan Adolf Hitler en nazi-Duitsland. Op 10 mei 1940 trekt het Duitse leger België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk binnen. De periode tussen september 1939 en de inval noemt men de ‘schemeroorlog’.

10 mei 1940

De eerste bombardementen op Antwerpen

Bommen van de Luftwaffe treffen het vliegveld van Deurne. Ook de psychiatrische instelling van Sint-Amadeus wordt getroffen. Er vallen verschillende burgerslachtoffers. 

13 mei 1940

De weggevoerden van mei 1940

Ook in Antwerpen laat de Belgische overheid op het moment van de Duitse inval verdachte personen arresteren. Niet zelden zijn het buitenlanders, communisten en zelfs antifascisten. Maar ook enkele vooraanstaande nationaalsocialisten, rexisten en radicale Vlaams-nationalisten rekent men daarbij. Op 13 mei vertrekken vanuit de Antwerpse gevangenis in de Begijnenstraat o.a.August Borms, René Lagrou, René Lambrichts, Jan Timmermans, Ward Hermans. Uiteindelijk keren die laatsten niet zo lang daarna terug naar Antwerpen. De joodse gedeporteerden blijven wel veelal gevangen in de Zuid-Franse kampen. 

14-15 mei 1940

Antwerpenaren slaan op de vlucht

Met de vreselijke gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog nog vers in het geheugen, slaan heel wat Antwerpse burgers op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Ook de socialistische burgemeester Camille Huysmans verlaat samen met drie andere schepenen de stad. In het spoor van de regering en andere parlementairen trekt hij via Frankrijk naar Londen. De katholieke havenschepen Leo Delwaide neemt zijn taken over. 

18 mei 1940

Bezette stad

De Duitse troepen bezetten de stad. De Antwerpenaar probeert zich te schikken naar een dagelijks leven onder militaire bezetting. Makkelijk is dat allerminst. Van een vrije pers is geen sprake meer. Hier en daar wapperen nazivlaggen. Duitse soldaten duiken op in het stadsbeeld. De vrijheid wordt sterk ingeperkt. 

28 mei 1940

De capitulatie

Na 18 dagen geeft het Belgische leger onder leiding van koning Leopold III zich over. De capitulatie door de vorst zorgt voor spanningen tussen hem en de regering die, gevlucht naar Frankrijk, de strijd wel nog wil verder zetten. Intussen bezet Duitsland België en komt er een militair bezettingsbestuur. De Belgische kolonie Congo wordt niet bezet. 

Zomer en najaar 1940

Weerwerk

Al snel blijkt uit kleine ‘verzetjes’ dat sommige Antwerpenaren zich weigeren neer te leggen bij de Duitse dominantie. Zo slaagt de lokale handelaar Louis Pighini er op 18 mei in om de nazivlag van de kathedraal te roven. Anderen zetten kleinschalige sabotageacties op zoals het vernielen van telefoonlijnen van de bezetter. Ook op symbolische momenten zoals de nationale feestdag of 11 november zijn er acties. Enkele Sinjoren spelden Belgische vlagjes op of leggen bloemen neer aan het monument voor Albert I, Koning der Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Duitse affiches in de stad waarschuwen voor repressie. 

Tweede helft mei 1940

De vreemde overheerser installeert zich

De Duitse bezettingsadministratie en allerhande politiediensten, zoals de Sicherheitspolizei SD (SIPO-SD), installeren zich in de stad. Het dagelijkse bestuur komt in handen van de Feldkommandantur 520. Er is ook een Stadtkommissar. Die laatste onderhoudt goede contacten met het Schoon Verdiep en burgemeester Leo Delwaide. De samenwerking verloopt vlot.  

Begin juni 1940

Antwerpen gaat ‘op de bon’

Het voedselprobleem heeft veruit de grootste impact op het dagelijks leven in bezet Antwerpen. Al snel zijn er grote tekorten. Net als elders gaat ook Antwerpen vanaf eind mei 1940 ‘op de bon’. Voedsel wordt gerantsoeneerd en de verkoop wordt sterk gereglementeerd. Zegeltjes en voedselkaarten, die bedeeld worden door de stad of andere hulpinitiatieven, zijn 5 jaar lang een kostbaar goed. Ondanks het feit dat het geen betaalmiddel is, bewijzen ze wel dat je recht hebt op een bepaald product. Centraal afhaalpunt is de Stadsfeestzaal op de Meir. Daar is het vaak een drukte van jewelste. 

15 juli 1940

De vrijwillige tewerkstelling

Als oplossing voor de hoge werkloosheid probeert de bezetter Belgische arbeidskrachten in te schakelen voor de Duitse oorlogsinspanningen. Vanaf juli 1940 roept men ook de Antwerpenaren op om ‘vrijwillig’ in Duitsland te gaan werken. Men tracht werklieden te lokken met hogere lonen en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. Voor sommigen is het één van de weinige alternatieven om te kunnen overleven. Anderen zwichten later voor de druk van de Arbeidsbureaus die hen rekruteren. Op 15 juli vertrekt een eerste konvooi van 1000 Antwerpse arbeiders vanuit het Centraal Station. Vier maanden later zijn dat er al 50000. 

Augustus 1940

Een greep naar de macht vanuit de collaboratie

Jan Grauls wordt benoemd tot Antwerps provinciegouverneur. Hij vervangt de naar Frankrijk uitgeweken Georges Holvoet. Op papier is Grauls geen lid van een politieke partij. In de praktijk is hij de Nieuwe-Orde gunstig gezind. Ook steunt hij -op eerder gematigde wijze- de collaboratiepolitiek van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Deze Vlaams-nationalistische partij, voor de oorlog goed voor 12,5% van de Vlaamse stemmen, kiest al vroeg in de oorlog resoluut voor collaboratie met de bezetter. Zij azen op benoemingen in belangrijke openbare functies. In 1942 wordt Grauls burgemeester van Groot-Brussel. Overtuigd VNV’er Frans Wildiers neemt zijn taak als Antwerps provinciegouverneur over.  

Oktober 1940

De eerste anti-Joodse maatregelen

In de stad woont een grote Joodse gemeenschap. De meesten zijn vreemdelingen. In de jaren voor de oorlog groeit de groep nog aan met vluchtelingen uit nazi-Duitsland en Oost-Europa. Ze trekken weg uit vrees voor geweld en vervolging. Ook zij worden getroffen door de eerste anti-Joodse maatregelen, zoals het verbod op ritueel slachten en het verwijderen van joden uit bepaalde ambten. Ook verhinderen ze dat tijdens de invasie gevluchte joden terugkeren. Voor december 1940 moeten Joodse inwoners ouder dan 15 jaar zich bij het gemeentebestuur inschrijven in een ‘Jodenregister’. Het stadsbestuur werkt actief mee. Zij roept Joodse inwoners op om zich in te schrijven en regelt de registratie. Agenten stellen de lijsten mee op. 

29 oktober 1940

Winterhulp

De voedsel- en hulporganisatie ‘Winterhulp (Secours d’Hiver)’ opent lokalen in Antwerpen. Dit is het ‘officiële’ antwoord vanuit  het Ministerie van Volksgezondheid op de gebrekkige bevoorrading. De Duitse Militärverwaltung steunt het werk dat vertakkingen heeft in het hele land en nauw verweven is met de lokale overheden. Ook in Antwerpen bedeelt het op heel wat plaatsen levensmiddelen.

December 1940

Deportaties naar Limburg

Tussen eind december en begin februari sporen een 9-tal treinen van station Antwerpen-Zuid richting Limburg. Aan boord bevinden zich ruim 3000 Antwerpse Joden en andere vreemdelingen. De bezetter stelt hen daar verplicht te werk. De Antwerpse politie bedeelt de uitwijzingsbevelen en begeleidt hen naar de treinen. 

Najaar 1940 - voorjaar 1941

‘Flamenpolitik’

Vlaamse krijgsgevangenen keren terug uit Duitsland. Als onderdeel van de Flamenpolitik verlenen de Duitsers deze gunst uitsluitend aan Vlamingen. Niet aan Walen. Zij hopen daarmee op steun van de Vlaamse beweging en bevolking.

Eind 1940

Marcel Louette en het begin van de Witte Brigade

Onder leiding van onderwijzer Marcel Louette ontstaat er in het Antwerpse een verzetsgroepje, de latere Witte Brigade. Door hun naam zetten zij zich af van de ‘zwarte’ collaboratie. De groepering bestaat uit haven-, onderwijs- en politiepersoneel. Ze schrijven clandestiene krantjes, proberen inlichtingen te verzamelen en leggen lijsten aan met namen van collaborateurs. Heel wat arrestaties treffen de organisatie. In mei 1944 kan de bezetter ook Louette vatten. Via Breendonk, waar hij gefolterd wordt, komt hij terecht in het concentratiekamp van Sachsenhausen-Oranienburg. Toch slaagt hij erin de oorlog te overleven.

Eind 1940, begin 1941

Werken in dienst van het ‘Reich’

Het bezettingsbestuur neemt Belgische fabrieken over en start zelf productielijnen op. Dit gebeurt in dienst van de Duitse oorlogsindustrie. Eind 1940 bouwen de Duitsers in Mortsel de oude Minerva fabriek om tot het revisiebedrijf voor vliegtuigmotoren: ‘ERLA’. Aan het Albertkanaal in Merksem draaien vanaf begin 1941 de textielmachines van ‘Reitz Uniformwerke’ op volle toeren. 

17 januari 1941

Ontucht

De aanwezigheid van Duitse militairen doet de omvang van de prostitutie stijgen. Duitse en Belgische medische diensten scherpen de controle op ‘ontucht’ aan.

Lente 1941

Sociale onvrede

Een broodcrisis en de stijgende voedselschaarste werken sociale spanningen in de hand. Op 23 maart trekt een groep volksvrouwen met een zwarte vlag naar het gemeentehuis van Berchem. Het is de voorbode van grotere volksprotesten op de Antwerpse Grote Markt rond 21 mei. Mee opgejut door communistische militanten eisen volksvrouwen uit de vijfde en elfde wijk meer en betaalbaar brood en scherpere prijscontroles. De voedselprijzen zijn dan al met 75% gestegen. Op de zwarte markt pieken de prijzen nog meer. Burgemeester Delwaide kan niet anders dan actie ondernemen. Enkele dagen later ontvangt hij een delegatie van de vrouwen op het Schoon Verdiep. 

Midden april 1941

Antisemitisch geweld

Na enkele voorafgaande kleinschalige acties tegen joodse inwoners, komt het op Paasmaandag (14 april) tot openlijk geweld in de ‘joodse’ zesde wijk, een buurt vlakbij het Centraal station. Na de voorstelling van de propagandafilm Der ewige Jude, georganiseerd door de radicaal anti-Joodse groepering Volksverwering, ontspoort de massa. Zeker 200 Antwerpenaren en Duitsers tekenen present. Zij vernielen het huis van een rabbijn en stichten brand in de synagogen in de Van Den Nestlei en Oostenstraat. Ze slaan er de boel kort en klein en verhinderen het bluswerk door de brandweermannen. In het Jodenkwartier sneuvelen heel wat ramen en vinden er vernielingen plaats.

31 mei 1941

Nieuwe anti-Joodse verordeningen en maatregelen

Joden zijn vanaf nu verplicht hun onroerende goederen, rekeningen en andere waardepapieren aan te geven bij de Duitse diensten. Joodse ondernemingen komen onder Duits beheer. Een tweetal maanden later schrapt de Antwerpse Raad van Orde van Advocaten 17 Joodse collega’s en stagiairs. 

22 juni 1941

Operatie Barbarossa: Duitsland valt de Sovjet-Unie aan

De communisten zijn nu de vijand. De Duitse repressie in bezet België, beter bekend onder de naam ‘Operatie Sonnewende’, is genadeloos. Ook in Antwerpen zijn er heel wat arrestaties. De communisten organiseren zich ondergronds. Intussen beginnen Duitsgezinde collaborerende groeperingen met het ronselen van (Vlaams nationale) mannen voor de strijd aan het Oostfront.

Zomer 1941

Het Onafhankelijkheidsfront groeit

Er worden sluikbriefjes verspreid in de stad met daarop ‘Niets voor Hitler, ons eten voor ons’. Ze zijn afkomstig van de communistisch geïnspireerde verzetsorganisatie het Onafhankelijkheidsfront (OF). Die krijgt stilaan voet aan de grond in Antwerpen en pookt de sociale onvrede op. Zij verspreiden het clandestien blaadje ‘België vrij’. 

Juli 1941

De Antwerpse ordediensten

Hoofdcommissaris Jozef De Potter keert terug na zijn vlucht aan het begin van de oorlog. Hij neemt de plaats in van Gustaaf Zwaenepoel die hem verving. Een half jaar later start ook de katholieke magistraat Edouard Baers in zijn nieuwe functie. Hij vervangt procureur des Konings De Schepper. Die schuift men omwille van zijn ouderdom aan de kant. 

20 juli 1941

Meetings in het Sportpaleis

Staf De Clercq, leider van het VNV, spreekt de toegestroomde massa toe in het Sportpaleis. Hij roept de jonge Antwerpenaren op om met het Vlaams Legioen te gaan strijden aan het Oostfront. 

21 juli 1941

Relletjes in de stad

Ook in 1941 vinden er opstootjes plaats op feestdagen als 21 juli en 11 november 1941. ‘s Nachts schildert men V-tekens (Victory) op bomen en muren. Belgische patriotten met lintjes en vlagjes raken slaags met leden van collaboratiegroeperingen zoals het VNV, de Vlaamse Wachters, de SS,.... 

29 juli 1941

Op de identiteitskaarten van joden komt de vermelding ‘Jood-Juif’.

Augustus 1941

Schepen Eric Sasse afgezet

De Duitse administratie laat liberaal schepen Eric Sasse aan de kant schuiven. In de stad fluistert men dat zijn zoon in het verzet zit. Maar de bezetter viseert hem ook omwille van zijn activiteiten in de vrijmetselarij. Al in de zomer van 1940 doorzoeken Duitse agenten de Antwerpse vrijmetselaarsloges. Zij roven 29 kisten met boeken en kostbaarheden, die ze naar Berlijn laten voeren. Eind 1941 ontbindt de bezetter de Belgische vrijmetselarij. 

November 1941

Verzetskrantjes

De pioniers van de Antwerpse verzetspers, de gebroeders Crutzen, vallen samen met enkele kompanen in de handen van de Duitse Sicherheitspolizei. Sinds januari 1941 publiceren zij het sluikblad ‘Steeds Vereenigd/Unis Toujours’. Eén van de twee broers overlijdt tijdens zijn deportatie naar Duitsland, in Siegburg. Het krantje verschijnt opnieuw vanaf 1942 onder de vleugels van de Witte Brigade. 

25 november 1941

Een nieuwe Joodse organisatie

Op bevel van de bezetter ziet de Vereniging der Joden in België (VJB) het licht. Alle Joodse inwoners worden verplicht lid te worden. Het dagelijks bestuur van deze ‘Joodse raden’ komt in handen van Joodse notabelen. De werking staat onder toezicht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de bezetter. Sinds enkele maanden zwaait de VNV-collaborateur Gerard Romsée er als secretaris-generaal de plak. Hij speelt de verzamelde informatie door aan de bezettende instanties. 

1 december 1941

Joden mogen geen les meer volgen in niet-Joodse scholen

De bezetter bepaalt dat schoolplichtige Joodse leerlingen uit het regulier onderwijs geweerd moeten worden. In de toekomst mogen zij niet langer les volgen aan niet-Joodse scholen.

7 december 1941

De Verenigde Staten in de oorlog

Japan, bondgenoot van Duitsland, bombardeert de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor. De Verenigde Staten verklaren de oorlog aan Japan en raken zo betrokken in de Tweede Wereldoorlog.

Eind 1941

Klappen voor het ontluikende verzet

Tussen februari en april 1941 slaagt inlichtingenagent Emmanuel Hobben er in opdracht van de Britten in om enkele keren radiocontact te maken met Londen. Hij wil zo informatie over de Antwerpse haven doorspelen aan de geallieerden. Iets wat nauwelijks lukt. Het groepje rond Hobben, het netwerk ‘Williams’, verschijnt op de Duitse radar. Het verdict is zwaar. De bezetter arresteert en veroordeelt 26 medewerkers uit het Antwerpse. Tien van hen, waaronder Hobben en ook enkele auteurs van de verzetskrant Le Clan d’Estin, worden een jaar later gefusilleerd in Berlijn.  

Winter 1941-1942

Bittere koude

Tussen december 1941 en maart 1942 vriest het aan een stuk door. De winter is ongemeen streng en koud. Antwerpen bibbert en beeft. De kolen zijn schaars. Mensen trekken naar publieke verwarmingszalen van de stad. Ontluikende verzetsorganisaties als het Onafhankelijkheidsfront spelen hierop in en wakkeren de onvrede over het bezettingsregime aan. Overal neemt het gemor toe. Geklaag richt zich in de eerste plaats tegen de bezetter, maar ook de Koning, de Britten en de oorlog zelf moeten het ontgelden.  

1 januari 1942

Groot-Antwerpen is een feit

De Duitse bevelhebber in Antwerpen start al in de zomer van 1940 de voorbereidingen, maar botst op weerwerk vanuit de Brusselse bestuurskringen. Die voeren terecht aan dat het volstrekt illegaal is om de randgemeenten aan de stad te hechten. Het Antwerpse college, en in het bijzonder burgemeester Leo Delwaide, ziet de plannen wel zitten en drukt ze door. Ook de havenbonzen en andere economische spelers juichen de beslissing toe. Midden september staat de beslissing in het staatsblad. Vijf maanden later gaan de randgemeenten Berchem, Borgerhout, Deurne, Hoboken, Merksem, Mortsel, Wilrijk en een deel van Ekeren op in de fusie. De gemeenteraden vallen weg. De gemeenten houden op te bestaan. 

1 januari 1942

Een nieuw stadsbestuur

In het nieuwbakken schepencollege krijgen naast 8 ‘Oude Orde’-leden ook 5 ‘Nieuwe Orde’-leden een zitje. Onder meer de ambitieuze VNV’ers Jan Timmermans en Rob Van Roosbroeck maken er deel van uit. De Duitse bezetter behoudt het vertrouwen in Delwaide als burgemeester. Zijn gezag is legitiem en de samenwerking verloopt zonder noemenswaardige problemen.  

3 januari 1942

Radioverbod

Het is verboden om nog te luisteren naar de radio. De bezetter hoopt zo te voorkomen dat mensen naar illegale programma’s en zenders luisteren die uitgezonden worden vanuit Engeland. 

23 januari 1942

Een nieuwe golf van aanhoudingen in de haven

De SIPO-SD (Sicherheitspolizei SD) treedt hard op tegen communistische verzetsmensen. In de haven vinden vanaf 1942 heel wat arrestaties plaats. Arbeiders die werken op de scheepswerven van Mercantile, Beliard of in de fabriek Inter-Escaut bekopen dit met hun leven. In totaal worden er 64 mensen gearresteerd. Ten minste 25 mensen overlijden.

6 maart 1942

Begin van de verplichte tewerkstelling in België

Voorlopig kan de Antwerpenaar enkel verplicht worden om op het Belgische grondgebied te werken. Maar hoe lang nog alvorens de bezetter mensen naar Duitsland zal sturen? In theorie kan elke Antwerpenaar verplicht worden om een willekeurige baan te aanvaarden. Het in april 1941 opgerichte Belgische Rijksarbeidsambt (RAA) zorgt mee voor de praktische uitvoering. Zij staan onder leiding van ‘Nieuwe Orde’-gezinden. De bezetter ziet toe op hun werking. Ook aan burgemeesters vraagt men om namenlijsten van werklozen en andere ‘asociale elementen’, zoals smokkelaars en werkweigeraars, door te spelen. 

Maart - April 1942

Nieuwe maatregelen viseren de Joodse economische activiteiten

Zowel de ruwe als de geslepen diamanten moeten aangegeven worden bij de ‘Diamantcontrole’ van de bezetter. Alle Joodse bedrijven die aangesloten zijn bij de Diamantcontrole worden weldra verplicht hun activiteiten stop te zetten. Het leidt tot de liquidatie van de Joodse activiteiten in de Antwerpse diamanthandel.

22 april 1942

Duitse Joden in bezet België verliezen hun nationaliteit

Het gaat vooral om Joden die sinds de jaren ‘30 in België verblijven. Zij zijn op de vlucht zijn voor het nationaal-socialistische geweld in Duitsland. 

1 mei 1942

Dag van de Arbeid

Communistische verzetsmensen die de wapens opnemen, ook wel Partizanen genoemd, plannen acties op ‘hun’ dag. Met enkele granaten viseren zij een 3-tal woningen van prominente VNV’ers.  

8 mei 1942

De verplichte tewerkstelling voor Joden

Tussen mei en september 1942 stellen de Duitsers Joden verplicht te werk in Noord-Frankrijk. De Arbeidsambten werven de Joden aan. De lokale politiediensten helpen mee opeisingsformulieren te verspreiden. Dezelfde Antwerpse politie begeleidt de Joodse verplicht tewerkgestelden naar de treinen. In werkkampen van de Organisation Todt werken zij aan de Atlantikwall en andere Duitse militaire bouwprojecten. De werkomstandigheden zijn er erbarmelijk. Eind oktober datzelfde jaar evacueert men de werkkampen. De meeste van deze ‘OT Joden’, zo’n 80% schatten historici, belanden uiteindelijk via Mechelen in Auschwitz. 

11-15 juni 1942

Invoering Jodenster

Vanaf 11 juni  halen de Antwerpse Joden hun Jodenster op in de schoollokalen van de Provinciestraat, Belgiëlei en de Grote Hondstraat. Het is de bezetter die dit bepaalt, maar de stadsadministratie verzorgt de bedeling en registratie er van. Alle Joden vanaf zes jaar zijn verplicht een Jodenster te dragen. In totaal delen de betrokken diensten ongeveer 15000 Jodensterren uit. 

Midden juli 1942

Nieuwe anti-Joodse maatregelen

Vanaf midden juli zijn de stedelijke parken, cinema’s en theaters verboden terrein voor Joden. Joden die zich met de tram willen verplaatsen, mogen enkel plaats  nemen op het platform aan de aanhangwagen. Tussen 20 uur en 7 uur mogen ze hun woonplaats niet verlaten. Het uitoefenen van medische functies is voortaan ook verboden. Vanaf midden augustus kunnen Joden ook enkel nog terecht in het Sint-Erasmusgasthuis in Borgerhout.  

22 juli – 14 augustus 1942

De aanloop naar de razzia’s

De Antwerpse afdeling van de Vereniging voor Joden in België (VJB) krijgt de opdracht om aan de Joden ‘Arbeitseinsatzbefehlen’ te bezorgen. Daarin staat te lezen dat zij zich dienen aan te melden in de Dossinkazerne in Mechelen voor de verplichte tewerkstelling. De Joodse gemeenschap geeft hier maar weinig gehoor aan.

22-23 juli 1942

De eerste Jodenrazzia

Die dag vinden de eerste gedwongen arrestaties en deportaties plaats van Joden in en rond Antwerpen. Duitse agenten van de Sicherheitspolizei nemen tijdens de zomerdagen een paar honderd Joden mee die in het Centraal station aankomen uit Brussel. Een gelijkaardige actie vindt plaats in de Pelikaanstraat, een straat niet ver van het station. 

13-14-15-16 augustus 1942

De tweede en derde Jodenrazzia

In de nacht van 13 en 14 augustus nemen Duitse agenten zo’n 206 Joden mee, 53 daarvan zijn kinderen. Het zijn voornamelijk Joden uit Oost-Europa.

Een dag later vindt opnieuw een grootschalige Jodenrazzia plaats. Voor het eerst werkt de lokale politie openlijk mee. Antwerpse agenten zetten mee de straten af en begeleiden de Joden naar de vrachtwagens. Duitse agenten vallen huizen binnen en sleuren inwoners op brutale wijze naar buiten. Vaak hardhandig stoppen zij de Joden in vrachtwagens. De razzia vindt plaats op twee plaatsen. Een eerste wordt uitgevoerd tussen de Lange Kievitstraat, de Provinciestraat, de Somersstraat en de Van Immerseelstraat. Een tweede reeks van acties vindt plaats in de Bleekhofstraat, de Van der Meydenstraat, de Plantin en Moretuslei en de Bouwmeestersstraat. De acties duren de hele nacht. Een 1000-tal joden wordt naar schatting meegenomen. Burgemeester Delwaide en procureur Baers hullen zich in stilzwijgen. Zij reageren niet op de gebeurtenissen. Nochtans brengen de politieverslagen hen formeel op de hoogte. 

27 augustus 1942

Sabotage vanuit het politiekorps?

De Duitsers maken de hele dag druk plannen voor een nieuwe Jodenrazzia. Die wordt op het laatste moment afgeblazen. Blijkbaar hebben sommige Antwerpse agenten Joden op de hoogte gebracht. Ook zijn er waarschuwende briefjes gevonden. Terwijl sommige agenten duidelijk zijn omgekocht, handelen anderen te goeder trouw. De grens is niet altijd even duidelijk. Joodse inwoners slaan op de vlucht of duiken onder. 

28-29 augustus 1942

De vierde Jodenrazzia

Als straf voor de sabotage de dag voordien, krijgt de Antwerpse politie nu een meer actieve rol toebedeeld. Ze moet zelf 1000 Joden oppakken. Agenten uit de zevende wijk (Deurne, Borgerhout en Berchem) krijgen de opdracht. Het is niet makkelijk voor de commissarissen om voldoende manschappen te vinden. Toch zegt hoofdcommissaris De Potter zonder verpinken dat de opdracht moet uitgevoerd worden. Hier en daar weigeren agenten medewerking, anderen knijpen nu en dan een oogje dicht. Versterking komt van andere eenheden. Elke politiewijk moet 250 Joden arresteren. Wie dat aantal niet haalt, zoekt in andere wijken verder. Zo trekken agenten uit Deurne naar de zesde wijk om hun streefcijfer te halen. De acties duren de hele nacht. De opgepakte Joden, die worden samengebracht in scholen in de Grote Hondstraat (Zurenborg) en de Vinçottestraat (Borgerhout) en in Cinema Plaza (Gallifortlei, Deurne), staan doodsangsten uit. In Deurne slagen een paar agenten er nog in om enkele van de verzamelde Joden langs de achterdeur terug vrij te laten. Toch wordt het gevraagde aantal gehaald. In de voormiddag vertrekken de vrachtwagens naar ‘transitkamp’ Dossinkazerne. Van daar gaat de reis verder naar het vernietigingskamp Auschwitz. Voor de lokale Judenabteilung en de Antwerpse Jodenjagers is de operatie geslaagd. Opnieuw reageren de Antwerpse lokale verantwoordelijken niet. 

1 september 1942

Socialistische schepen Adolf Molter neemt ontslag

Officieel roept hij ‘gewetensbezwaren’ in. Is het uit onvrede over de deportaties van Joden? Hij laat zich al weken verontschuldigen op het college.  

11-12 september 1942

De vijfde Jodenrazzia

Die dag rekent de bezetter niet op de medewerking van het Antwerpse politiekorps. Toch zijn er wel degelijk agenten die hun Duitse collega’s bijstaan tijdens deze acties. Op verschillende plaatsen in de stad verzamelen zij de Joden. Hier en daar worden ze van de straat geplukt. Deze razzia verloopt duidelijk minder systematisch en meer lukraak. Toch is hij daarom niet inefficiënt. De bezetter neemt die dag zo’n 700 Joden mee. In de dagen, weken en maanden erna gaan de acties verder. Er zijn steeds meer Vlaamse SS’ers die Joden helpen te zoeken in de straten. Anderen worden verklikt. 

Zomer en herfst 1942

Hulp aan de Joden

Die is er al ten tijde van de grote razzia’s. Het gaat voornamelijk om ongestructureerde en niet zelden individuele initiatieven van buren, kennissen of vrienden. Zij bieden onderdak en helpen bij het onderduiken, de vlucht of de opvang van kinderen. Nog anderen proberen financieel of met voedsel een steentje bij te dragen. Pas later komen er uit verschillende hoeken meer georganiseerde initiatieven. 

20 september 1942

Antwerpen: bolwerk van de collaboratie

Het VNV, de De Vlag of andere pro-Duitse partijen en groeperingen staan sterk in Antwerpen. Niettegenstaande hun leden en sympathisanten maar 10 à 15% van de bevolking uitmaken, organiseren zij meetings en marcheren zij zeer zichtbaar door de Antwerpse straten. Op 20 september is er in het Sportpaleis opnieuw een grote meeting ter ere van Staf De Clercq. Hij is de absolute nummer één van het VNV. Maar niet voor lang meer. Kort nadien overlijdt hij. Hendrik Elias wordt de nieuwe sterke man. Ook hij bezoekt Antwerpen regelmatig. 

6 oktober 1942

De verplichte tewerkstelling in Duitsland

Een verordening kondigt nu ook de verplichte tewerkstelling in Duitsland af. Voor heel wat Antwerpenaren is dit de meest gehate beslissing van de bezetter. De onvrede flakkert op. De wrede verhalen van de tewerkstelling in Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog indachtig, beslissen heel wat sinjoren onder te duiken. Wie dat doet of probeert, komt bijna automatisch bij het verzet terecht. Alle mannen tussen 18 en 50 jaar komen in aanmerking om te gaan werken. Wraakroepend is ook dat sommige groeperingen, zoals collaborateurs of arbeiders die al werken in de oorlogsindustrie, de maatregel kunnen ontlopen.

20-21 november 1942

De bezetter executeert verzetsmensen

De schietbaan van de D’Herbouvillekaai doet vanaf juli dienst als executieoord. Naoorlogse getuigenissen spreken van zo’n 130 Belgen die er terechtgesteld worden. Die bewuste novemberdagen kogelt de bezetter er zo’n 8 Antwerpse verzetslui neer. Zij maken deel uit van het inlichtingennet Stockmans, genoemd naar Charles Stockmans,  een Antwerps industrieel en meester-drukker. Het groepje probeert tussen december 1941 en juni 1942 te spioneren en inlichtingen door te spelen aan de vertegenwoordigers van vrij Frankrijk in Londen. Zij rekruteren hun medewerkers onder meer bij de Compagnie Maritime Belge. 

27 november 1942

Moord in de Brusselschestraat

Drie leden van het verzet doden politieagent en adjunct-commissaris van de zesde wijk, Hendrik Selleslaghs. Hij staat bekend als Duits- en Nieuwe-Orde gezind. Als vergelding worden 10 gevangen genomen communisten om het leven gebracht. 

Eind 1942, begin 1943

Een kantelpunt in de oorlog

De kansen keren. De militaire gebeurtenissen in Noord-Afrika, het Middellandse Zeegebied en aan het Oostfront zijn ingrijpend. De Duitse generaal Rommel bijt in het zand in het Egyptische El Alamein (oktober-november 1942). In Stalingrad leggen de Duitsers de duimen voor de Russen (februari 1943). Het bezettingsregime komt onder druk te staan. De impact is ook te voelen tot bij de regering in Londen en de lokale autoriteiten in Antwerpen. 

3 december 1942

Het stadsbestuur protesteert

Het stadsbestuur laat aan de bezetter weten niet te willen meewerken aan de verplichte tewerkstelling. Burgemeester Delwaide weigert de namen van stadspersoneel te overhandigen. Op basis van de registers van de burgerlijke stand stelt de bezetter dan maar zelf lijsten op. Uiteindelijk eist de bezetter bij verschillende stadsdiensten toch een 530-tal werkkrachten op om in Duitsland te werken. Ander protest van het stadsbestuur richt zich voornamelijk tegen grote opeisingen in de haven.

17 december 1942

Nieuwe besluitwetten om de collaboratie te bestraffen

Ook de Belgische regering in ballingschap analyseert de gewijzigde militaire situatie. De geallieerden zijn nu duidelijk in het voordeel.  Het idee van een eventuele compromisvrede veegt men in Londen definitief van tafel. In regeringskringen stuurt men ook een signaal naar bezet België. Ze kondigen een besluitwet aan die de straffen op de politieke collaboratie verzwaart. Het nieuws verhoogt de druk op de Belgische bestuurders in het bezet gebied.  

Eind 1942 – mei 1943

Een spiraal van geweld in Antwerpen

Sinds de nederlaag bij Stalingrad en de invoering van de verplichte tewerkstelling stijgt het aantal sabotagedaden en (gewelddadige) acties door verzetsmensen. Dit leidt tot forse Duitse repressie. Tientallen arrestaties zijn het gevolg. Collaborerende groeperingen zetten op hun beurt vergeldingsacties op. Zij trekken door de stad en laten een spoor van vernieling achter. Vooral in maart, april en mei 1943 gaat het er zeer hevig aan toe. 

8 februari 1943

Oud-schepen Eric Sasse vermoord

Een bekend slachtoffer van het toegenomen geweld is de liberale ex-schepen Eric Sasse. De daders zijn afkomstig uit de stoottroepen die onder leiding staan van de Vlaamse SS Sturmbannführer Robert Verbelen. 

April 1943

Nieuwe aanhoudingen

De top van de Vlaamse Kommunistische Partij wordt in Antwerpen aangehouden, waaronder sterke man Jef Van Extergem. Zij worden naar Breendonk en later de concentratiekampen gedeporteerd. Van Extergem sterft er van ontbering.

5 april 1943

Geallieerde bommen op Mortsel

De Amerikanen willen de Duitse vliegtuigmotorenfabriek ERLA treffen, maar missen doel. De bommen komen neer in het centrum van Mortsel (Oude God), de Gevaert-fabriek en een school. Er sterven 936 mensen, onder wie 209 kinderen. De Duitse propaganda grijpt dit aan om de geallieerde bombardementen te discrediteren. 

15 mei 1943

Nieuwe geallieerde luchtaanvallen

Geallieerde vliegtuigen bombarderen nu voor het eerst ook de fabrieken van Ford en General Motors die produceren voor de Duitse economie. Ook in juni en september wordt er nog gebombardeerd.

8 juni 1943

Het huis van de burgemeester geplunderd

De collaborerende groepering ‘Vlaams Legioen’ zamelt geld in voor de nabestaanden van het bombardement op Mortsel. Maar Leo Delwaide wil hen niet officieel ontvangen op het stadhuis. De heethoofden bekoelen hun woede op zijn woonst en inboedel in de Vrijheidsstraat. 

Tweede helft 1943

Oprichting van het Joodsch Verdedigingscomiteit

Ook Joden beginnen zich te organiseren. Al verloopt dat moeizaam. Heel wat Joden zijn immers al weggevoerd.  In extreem linkse middens resulteert dit in de oprichting van een verzetsgroepering ‘het Joodsch Verdedigingscomiteit’. Het comité bestaat al sinds de zomer van 1942 en wordt gaandeweg de oorlog een deel van het Onafhankelijkheidsfront. Vooral in Brussel en Charleroi staat het comité sterk. In Antwerpen duurt het tot eind 1943 vooraleer een eerste volwaardige afdeling het licht ziet. Het is een bundeling van reeds bestaande groepjes. Zij regelen hulp, onderduikadressen, voedsel en geld. Protagonisten van deze Joodse verzetskern, beter bekend onder de naam Comité ter Verdediging van de Joden, zijn Abraham Manaster, Josef Sterngold en Leopold Flam. 

3 en 4 september 1943

Razzia op Belgische Joden: Actie Iltis

Op 3 en 4 september organiseren de Duitse politiediensten een laatste grote razzia in Antwerpen. Deze kadert in de zogenaamde ‘Actie Iltis’. In tegenstelling tot de eerste Jodenrazzia’s viseren de Duitse agenten en hun medewerkers nu ook Belgische Joden. Tot dan waren zij van deportaties gevrijwaard. Na deze actie verklaart de bezetter Antwerpen officieel ‘Judenrein’. Historici die onderzoek verrichten naar de Holocaust in België,  spreken nog steeds over de ‘Antwerpse specificiteit’. Dat betekent dat de Joodse bevolking in Antwerpen – om meerdere redenen - verhoudingsgewijs meer gevaar liep dan elders in België.

26 september 1943

De 10e verjaardag van het VNV

VNV-leider Hendrik Elias houdt een toespraak op de Grote Markt. Kosten noch moeite worden gespaard. Er vinden vlaggenoverhandigingen en parades plaats. 

14-15 januari 1944

Agenten uit Deurne opgepakt

De Duitse Sicherheitspolizei pakt 75 agenten van het politiekorps van Deurne op. 43 komen in een concentratiekamp terecht, 35 overleven het niet. Vanaf eind 1942 schaart een toenemend aantal agenten zich aan de kant van het verzet. Ze steunen andere verzetsmensen, verspreiden illegale krantjes en helpen mensen bij het onderduiken. 

27 Januari 1944

Burgemeester Delwaide neemt ontslag

De Duitse bezetter eist de Grote Zaal op het Schoon Verdiep op. Men wil er een afscheidsfeest voor Vlaamse Waffen SS-vrijwilligers organiseren. De burgemeester vindt dit geen plaats voor dergelijke ‘politieke’ manifestaties. Het resultaat is dat de ‘oude’ schepenen ontslag nemen. Historici zijn het er over eens dat Delwaide deze symbolische kwestie aangrijpt om zijn eigen patriottische blazoen op te poetsen naar het einde van de bezetting toe. Medewerking aan andere ‘illegale’ zaken lagen de eerste jaren heel wat minder moeilijk. VNV-schepen Jan Timmermans neemt zijn ambt over. 

6 juni 1944

D-day

Geallieerde troepen zetten voet aan wal. Amerikaanse, Britse en Canadese troepen, gesteund door kleinere Belgische, Franse, Nederlandse, Poolse en Noorse eenheden landen in het Franse Normandië.

Augustus 1944

De Koloniale Hogeschool als bolwerk van verzet

In augustus 1944 coördineert Norbert Laude vanuit de Koloniale Hogeschool diverse verzetscellen van onder meer het Geheim Leger. Zij ontplooien een grote activiteit: verzetskrantjes, inlichtingen verzamelen, hulp bij onderduiken,... In augustus komt de Hogeschool op de Duitse radar. De bezetter arresteert Norbert Laude en verschillende medewerkers. Ze folteren Laude in de hoop inlichtingen te verzamelen. De bevrijding komt net op tijd. Laude ontsnapt ternauwernood aan zijn executie.

1 september 1944

Geallieerde opmars

Geallieerde troepen rukken verder op door Frankrijk. Rond 1 september bereiken ze de Belgische grens.

4 september 1944

De bevrijding van Antwerpen stad

Met hulp van het verzet slagen Britse tanks erin om via Boom en over de Rupel en het kanaal van Willebroek, door te stoten naar Antwerpen stad. Cruciaal voor de Britse troepen bij die oversteek is de hulp van gewezen genieofficier en verzetsman Robert Vekemans. Hij weet waar de Duitsers bommen onder de bruggen hebben gelegd. De Britten kunnen de Duitsers nu in de rug aanvallen. Zo winnen zij heel wat tijd.   

4 september 1944

Britse tanks door de straten

Eindelijk! Britse tanks rollen door de straten en bevrijden Antwerpen. De menigte is uitzinnig en komt massaal de straat op. Maar op heel wat plaatsen in de stad zijn nog Duitse soldaten en wordt er gevochten. Er zijn schermutselingen aan de Duitse commandobunker in het stadspark en aan de Feldkommandantur op de Meir. Om de Luchtbal, Merksem en de haven levert men hevig strijd.

4-5 september 1944

Volksrepressie in Antwerpen

Een eerste ‘golf’ van volkswoede richt zich in bevrijd Antwerpen tegen plaatsen die de aanwezigheid van de bezetter symboliseren. Inwoners plunderen Duitse voedsel- en andere voorraden. Maar ook de gebouwen en eigendommen van collaborerende organisaties en personen viseert men. Partijlokalen van het VNV en DeVlag krijgen het hard te verduren. Hetzelfde geldt voor collaborateurs of zij die ervan verdacht worden. Zij worden uit hun huizen gehaald en naar politiekantoren, gevangenissen en andere verzamelplaatsen gebracht. Er wordt gejoeld. Vaak gaat het er hardhandig aan toe. 

12 september 1944

De burgemeester is terug

Camille Huysmans komt aan in de stad na zijn vertrek naar Groot-Brittannië aan het begin van de oorlog. De gemeenteraden worden na inactiviteit tijdens de oorlog opnieuw bijeengeroepen. 

4 - 7 oktober 1944

Canadese troepen bevrijden de noordelijke districten

Op 4 september 1944 is maar een deel van Antwerpen bevrijd. De Britse opmars stopt aan het Albertkanaal. Ten noorden daarvan hergroeperen de gevluchte Duitse soldaten zich en krijgen ze zelfs nog versterking. Het einde van de bezetting lijkt op dat moment slechts een kwestie van uren, maar voor de inwoners van de noordelijke districten zal ze uiteindelijk nog een maand langer duren. Pas op 2 oktober slagen Canadese troepen er in de buurt van Schoten in om het Albertkanaal over te steken. Tegen 4 oktober is Merksem dan eindelijk bevrijd. De volgende dagen kunnen ook Ekeren, Berendrecht, Lillo en Zandvliet delen in de vreugde.

Oktober 1944 - maart 1945

Niet vrij van oorlog

Antwerpen mag dan wel ‘vrij’ zijn van bezetting, de oorlog is nog lang niet voorbij. Integendeel. Hitler geeft het bevel om Antwerpen te bestoken met V1- en V2-raketten. Die moeten verhinderen dat de geallieerden de haven onbeschadigd in handen krijgen en zo hun troepen aan het front bevoorraden. Duizenden burgers ontvluchten de komende maanden hun stad richting platteland of kust. 

13 oktober 1944

De eerste V-bom op Antwerpen

Die dag valt om kwart voor 10 in Schildersstraat, vlakbij het Museum voor Schone Kunsten, de eerste van vele V-bommen op Antwerpen stad. Er vallen 32 doden en 46 gewonden. De ravage is enorm. Zes maanden van constante angst breken aan. 

19 oktober 1944

Antwerp X

Ter bescherming van de stad en haar omgeving organiseren de geallieerden de luchtafweer. Vanaf november staat die onder het bevel van de ervaren Amerikaanse generaal C.H. Armstrong. Hij stuurt het ‘Anti-Flying Bomb Command Antwerp X’ aan. Ook de Passieve Luchtbescherming organiseert zich. Met hulp van de geallieerden treedt deze Antwerpse dienst in actie wanneer de bommen inslaan. Op de Kathedraal en later de Boerentoren komen uitkijkposten.

11 november 1944

Nog geen wapenstilstand

In de Breydelstraat slaat een V2 in, 51 doden. Twee weken later, op 27 november, valt een V2 op het drukke kruispunt van De Keyserlei met de Frankrijklei en de Teniersplaats. 128 burgers en 29 militairen overleven de inslag niet. Er vallen ook nog eens 260 gewonden.  

Oktober – november 1944

De Slag om de Schelde

De haven van Antwerpen, de vaargeul ernaartoe en de monding van de Schelde zijn essentieel in de militaire plannen van de geallieerden. Langs deze weg willen ze massaal troepen en materieel importeren. Uiteindelijk drijven de geallieerde legers onder leiding van de Canadezen de Duitse legers weg uit Zeeuws-Vlaanderen, Beveland en Walcheren. Dit kost heel wat geallieerde soldaten het leven.  Nog later is de Schelde mijnenvrij en kan Antwerpen als geallieerde aanvoerhaven fungeren.

28 november 1944

De haven is opnieuw open

Na meer dan vier jaar ontvangt de heropende Antwerpse haven op 28 november 1944 het eerste ‘bevriende’ schip.

16 december 1944

Begin van de Slag om de Ardennen

Met dit laatste grote offensief wil Hitler de opmars van de geallieerde troepen in Noord-Frankrijk en België verzwakken. Door de haven van Antwerpen in te nemen, hoopt hij de geallieerde aanvoer van levens- en oorlogsmiddelen af te snijden.  

16 december 1944

V-bom op cinema Rex

Die dag draait in Cinema Rex op de Keyserlei de film ‘The Plainsmen’, een western film over Buffalo Bill. Omstreeks half 4 slaat het noodlot toe. Een V-bom treft de bioscoop. In totaal vallen er zo’n 567 doden. 296 militairen en 271 burgers. 

25 januari 1945

Einde van het Ardennenoffensief

De Amerikaanse troepen houden stand en stoppen het Duitse tegenoffensief.

27 januari 1945

Het Rode Leger rukt op in het oosten

Intussen rukken vanuit het oosten de Sovjetlegers op. Zij bevrijden onder meer het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau.

Maart 1945

Op 28 maart 1945 valt in Ekeren de laatste V-bom op Groot-Antwerpen

In die laatste maand vallen er in totaal iets meer dan 200 dodelijke slachtoffers. 

Oktober 1944 – maart 1945

Een dodelijke periode

Historici schatten dat er tijdens de 6 maanden durende bombardementen op Groot-Antwerpen tussen de 2910 en 2957 doden vallen onder de Groot-Antwerpse burgerbevolking. Daarenboven laten ongeveer 600 geallieerde militairen het leven. Iets meer dan 5200 mensen zijn gekwetst of vermist. 

8 mei 1945

V-dag

Het einde van de Tweede Wereldoorlog in het Westen. Een 10-tal dagen na de zelfdoding van Hitler geeft Duitsland zich over. Toch zijn vele problemen natuurlijk niet meteen opgelost. Net als tijdens de voorgaande ‘bevrijde’ maanden blijft de bevoorrading moeilijk. Op heel wat plaatsen ligt de stad nog in puin.

April-zomer 1945

De terugkeer van Joodse overlevenden, krijgs- en politieke gevangenen

Naast de vele dagdagelijkse problemen, is er ook het groot menselijke leed. Vanaf de lente van 1945 keren Joodse en andere overlevenden terug uit de kampen. Zij komen aan in Antwerpen Centraal. Onder meer door hun terugkeer wordt het steeds duidelijker welke gruwel er zich in de kampen heeft afgespeeld.

Mei – juni 1945

Een tweede golf van acties in de straten

De terugkeer uit de kampen van politieke gevangenen en Joodse mensen creëert grote verontwaardiging. De uitgemergelde en ondervoede lichamen maken indruk. Dit alles werkt een tweede opstoot van acties tegen collaborateurs of zij die daarvan verdacht worden in de hand. Huizen worden beklad. Vermeende collaborateurs maant men aan om de wijk, buurt of stad te verlaten. Veelal blijft het bij zulke acties. Grootschalig geweld in Antwerpen stad blijft in die periode uit.   

Tank aan de Kaaien naast Het Steen

21 november 2019

Altijd vrij. Nooit vanzelfsprekend

Elk jaar vieren we het einde van de bezetting van Antwerpen. Om dat te herdenken organiseert de stad Antwerpen verschillende initiatieven. Ontdek ze op de activiteitenpagina.

Cookies opgeslagen