Direct naar inhoud
Bombardementen en V-bommen op Antwerpen Bombardementen en V-bommen op Antwerpen
De V-bommen zorgen voor een permanente angst tijdens 'bevrijd' Antwerpen
Er vallen bijna altijd burgerslachtoffers
02 /06 Bombardementen en V-bommen op Antwerpen

Tussen hoop, angst en terreur

Tegenwoordig maken bombardementen onlosmakelijk deel uit van de moderne oorlogsvoering. Maar ook tijdens Wereldoorlog II is dat al het geval. De terreur van de V-bommen zorgt voor een permanente staat van angst in ‘bevrijd’ Antwerpen. En ook in de periode voor de bevrijding doorkruisen Duitse en geallieerde vliegtuigen het Antwerpse luchtruim. Eén zaak hebben ze gemeenschappelijk: er vallen bijna altijd burgerslachtoffers. De vele bommen en bombardementen op stad en zijn haven zijn één verklaring waarom Antwerpen één van de zwaarst getroffen steden is in België tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bombardementen en V-bommen op Antwerpen

De oorlog begint: mei 1940

Wanneer Duitsland op 10 mei, vroeg in de ochtend, België binnen valt, zien burgers Duitse vliegtuigen het luchtruim doorkruisen. Een belangrijk deel van de ongeveer 6.000 Belgische burgerslachtoffers tijdens de 18-daagse veldtocht, wordt gedood door Duitse bombardementen. Ook Antwerpen is het schouwtoneel van luchtaanvallen. De Duitse Luftwaffe viseert de Belgische luchtmacht. In het Antwerpse is dat voornamelijk de luchthaven van Deurne. En ook de haven is een Duits doelwit. 

Diezelfde 10de mei vallen er bommen op het vliegveld van Deurne. En ook de psychiatrische instelling van Sint-Amadeus wordt getroffen. Er vallen verschillende burgerslachtoffers. Niet veel later diezelfde dag vallen ook de eerste bommen op de haven. Zij raken onder meer de fabriek van Ford Motor Company en de Mercantile. In en rond Antwerpen en Mortsel vallen naar schatting minstens 50 burgerslachtoffers.

Van bij het begin van de bezetting palmt de Duitse luchtmacht de luchthaven van Deurne in. Wanneer de Duitse Luftwaffe en de Britse Royal Air Force in de zomer en herfst van 1940 in de lucht de Slag om Engeland uitvechten, is de luchthaven een belangrijke schakel in de Duitse plannen. Van daar vertrekken regelmatig Duitse vliegtuigen richting Londen. En er wordt Duits luchtafweergeschut geïnstalleerd.   

Foto links: Mei 1940: burgerslachtoffers in de buurt van Deurne
Foto rechts: De slag om Engeland - 
© Imperial War Museum

Geallieerde bombardementen

Het zijn niet alleen Duitse vliegtuigen die de Antwerpenaren zien of horen overvliegen. Ook geallieerde vliegtuigen nemen stad en vooral haven meermaals onder vuur. In september 1940 lossen Britse vliegtuigen brandbommen. Een zelfde aanval vindt plaats in de nacht van 3 en 4 oktober 1941, met heel wat schade in de haven. De geallieerde bombardementen gaan nog de hele oorlog door met als doel de Duitse oorlogseconomie te treffen.

Mortsel 5 april 1943

Het bekendste voorbeeld van zo’n geallieerde luchtactie is zonder twijfel het bombardement op Mortsel van 5 april 1943. Die dag willen zo’n 80 Amerikaanse bommenwerpers de daar gelegen Erlafabriek treffen. De Duitse vliegtuigfabriek is ondergebracht in de vroegere gebouwen van de Belgische autobouwer Minerva. Werknemers en Duitse ingenieurs herstellen er vliegtuigen. Slechts enkele van de Amerikaanse bommen treffen hun doel, maar de fabriek staat wel in lichterlaaie. 307 arbeiders komen om in de vuurzee. Er is veel schade. Toch starten de werkzaamheden in de fabriek enkele weken later opnieuw op. Naast de Erlafabriek is er ook heel wat schade aan de Gevaertfabriek, 49 personeelsleden overleven het niet.

De meerderheid van de bommen valt echter niet op de Erlafabriek, maar wel op Mortsel en enkele gebouwen daar in de buurt. Voornamelijk de dicht bewoonde woonwijk Oude-God is zwaar getroffen. De balans is zwaar. Volgens recent onderzoek zijn er ongeveer 1259 huizen vernield of zwaar beschadigd, er vallen zeker 1342 gewonden en 936 mensen overleven het niet, waarvan 209 kinderen.

Er bestaat heel wat beeldmateriaal van de ravage die de Amerikaanse bommen aanrichten en dat is geen toeval. De Duitse propagandadiensten zetten het leed in de verf om de Amerikanen in discrediet te brengen.  

De oorlogseconomie in de haven treffen

In zowel mei, juni als september 1943 viseren geallieerde vliegtuigen het havengebied. Doelwitten zijn deze keer de fabrieken van Ford Motor Company en General Motors. Hun productie staat onder Duits beheer.

Antwerpen bevrijd

Op 4 september 1944 bevrijden de geallieerden Antwerpen stad. Niet veel later is ook het grootste deel van de haven niet langer in Duitse handen. Om de Scheldemonding, en dus het gebruik van de haven, vechten geallieerde en Duitse legers wel nog tot eind november. De Duitsers willen met alle middelen verhinderen dat de geallieerden de haven gebruiken als draaischijf voor de bevoorrading van hun legers. Zo blijven zij afhankelijk van de veel langere aanvoerlijnen uit kleinere Noord-Franse havens.

Bovendien start midden december 1944 een groot Duits tegenoffensief, de Slag om de Ardennen. Hiermee willen Adolf Hitler en zijn militaire adviseurs de opmars van de geallieerden in Noord-Frankrijk en België terugdringen. De Amerikaanse troepen houden stad. Eind januari is het tegenoffensief afgeslagen.

De terreur van de V-bommen na de bevrijding

Na de euforie de constante schrik

Antwerpen mag in september 1944 dan wel bevrijd zijn van bezetting, de oorlog is op dat moment nog lang niet gedaan. Dat beseffen de Antwerpenaren snel. Iets meer dan een maand later, op 13 oktober 1944, valt namelijk om kwart voor 10 de eerste van vele V-bommen op Antwerpen, in de Schildersstraat, vlakbij het Museum voor Schone Kunsten. Er vallen 32 doden en 46 gewonden. De ravage is enorm. De ‘dader’ is een Duitse V2-raket, afgeschoten in Nederland.

Wat gebeurt in Antwerpen, vindt ook elders in het land plaats. Tussen september 1944 en eind maart 1945 laat het Duitse opperbevel België bestoken met V1- en V2-raketten. Onderzoek gaat uit van in totaal zo’n 8.000 doden en iets meer dan 9.000 inslagen. Antwerpen deelt het zwaarst in de klappen. Dit komt door het belang van de haven. De Duisters willen nog steeds de aanvoer van geallieerd legermateriaal belemmeren. En de V-bommen maken ook deel uit van een vergeldingsoffensief. De bommenterreur moet de angst onder de bevolking en geallieerden aanwakkeren. 

De cijfers die circuleren voor Antwerpen en zijn omgeving lopen uiteen. Eén onderzoek spreekt van zeker 4229 doden uit Antwerpen en de randgemeentes. Ander onderzoek gaat uit van tussen de 2910 en 2957 burgerdoden en 600 militaire slachtoffers in Groot-Antwerpen. Iets meer dan 5200 mensen zijn gekwetst of vermist. Er zijn naar schatting meer dan 50.000 woningen vernield. Het zal nog decennia duren tot alle huizen heropgebouwd zijn.

Puin in de Durletstraat na de inslag van een V-bom

Een V-bom treft de Durletstraat

Voltreffers

De V-bommen richten een ware ravage aan in de stad. Soms met honderden slachtoffers in één keer. Deze ‘voltreffers’ maken vandaag nog altijd deel uit van het Antwerpse collectieve geheugen. Op 27 november bijvoorbeeld, valt een V2-bom op het drukke kruispunt van De Keyserlei met de Frankrijklei en de Teniersplaats. 128 burgers en 29 militairen overleven de inslag niet. Maar het allerbekendste voorbeeld is zonder de twijfel de V-bom die op 16 december 1944 de drukbezochte Cinema Rex op De Keyserlei treft. Die kost aan 567 mensen het leven, 296 militairen en 271 burgers.

Minder bekend is de angst die maanden lang het dagelijkse leven in Antwerpen domineert. Alleen al in november 1944, de maand van de inslag op de Teniersplaats, zijn er in Groot-Antwerpen in totaal ongeveer 114 inslagen met zo’n 618 dodelijke slachtoffers. Dat is gemiddeld iets meer dan drie inslagen en 20 dodelijke slachtoffers per dag. Het risico dat er familie, vrienden of kennissen onder de slachtoffers zijn, is dus heel reëel.

Vrijwel meteen beslist het stadsbestuur om deze acties vast te leggen. Het is fotograaf Frans Claes die de opdracht aanvaardt om elke bominslag te fotograferen. Hij krijgt daarvoor een bijzondere vrijgeleide. De hele duur van de bombardementen wordt er systematisch gefotografeerd. Om de Duitsers niet te informeren over de impact van hun acties, mogen de foto’s niet gepubliceerd worden. Na de oorlog draagt Frans Claes de foto’s over aan het stadsbestuur. Hierdoor heeft de stad tot op vandaag een uniek fotoarchief van alle bominslagen in de stad.

Zes lange maanden van angst breken aan

De Duitse bommen maken de Antwerpenaren bang voor het typische zoemende en sputterende geluid  dat de V1-bommen maken. Dat is goed hoorbaar tijdens het ‘vallen’ van de bommen. Wanneer dit geluid plots niet meer te horen is, slaat de bom in. Dan probeert iedereen dekking of een schuilplaats te zoeken. De veel krachtigere V2-bom is een stille bom die nauwelijks of niet met het blote oog te zien is. Die laatste veroorzaakt enorme schade omdat de bom zich met een hoge snelheid in de grond boort. De V1- bommen richten vaker schade aan boven de grond. 

De angst voor de bommen doet velen vluchten naar het platteland. Daar is het risico op inslagen van V-bommen heel wat kleiner. Veel inwoners laten hun kinderen elders bij familie, kennissen of vrienden verblijven.

Wie deze mogelijkheid niet heeft of het huis niet wil verlaten, zoekt beschutting in de grote schuilkelders van de stad. Die zijn er op meerdere plaatsen in de stad, onder de Groenplaats, bijvoorbeeld. Onderzoek heeft aangetoond dat er in het Antwerpse in theorie zo’n 120.000 mensen kunnen schuilen. Ook bij de dokwerkers zit de schrik er goed in. Zij moeten doorwerken in de haven. Maar ze eisen – net als mensen in de privésector – een loonsverhoging voor de moeilijke en gevaarlijke omstandigheden waarin zij moeten werken, het zogenaamde ‘bibbergeld’.

Cinema Rex is in een ruïne veranderd

Frans Claes fotografeert Cinema Rex

De Passieve Luchtbescherming

Voor de eerste hulp bij zo’n inslag wordt gerekend op de Passieve Luchtbescherming (PLB). Maar de organisatie hiervan verloopt zeer moeizaam in de eerste dagen en weken van de V-bombardementen op Antwerpen. De coördinatie tussen de verschillende diensten loopt stroef, en er zijn onvoldoende middelen. Ze staan vaak machteloos. 

Het is pas met de hulp van de geallieerden, de Amerikanen en vooral de Britten, dat de werking van deze Antwerpse dienst professionaliseert. De PLB komt in actie wanneer de bommen inslaan. Dat lukt dankzij uitkijkposten op de Kathedraal en later op de Boerentoren. Tegen eind 1944, begin 1945, zijn er ongeveer 1400 personen werkzaam bij de PLB.

Amerikaanse luchtafweer: ‘Antwerp X’

In tegenstelling tot de PLB, die pas in actie komt na de bominslag, probeert de luchtafweer V-bommen uit te schakelen voor ze de stad treffen. De bescherming van de stad en haar omgeving komt zo in handen van de geallieerden, en de Amerikanen in het bijzonder. Vanaf november staat de luchtafweer onder het bevel van de ervaren Amerikaanse generaal C.H. Armstrong. Hij stuurt het ‘Anti-Flying Bomb Command Antwerp X’ aan.

Armstrong laat het luchtafweergeschut rond de stad plaatsen, onder meer in de Kempen en aan de Haven. In een straal van enkele tientallen kilometers rond de stad nemen waarnemers plaats die de V1-bommen moeten spotten, doorseinen en uit de lucht laten schieten. Dat laatste is niet alleen bijzonder moeilijk, maar ook risicovol. Wanneer de V1-bom geraakt is, kan men maar moeilijk inschatten waar die neerkomt.  

De geallieerde luchtafweer kunnen vooral V1-bommen tegenhouden, eerder dan de snellere en meer krachtige V2-bommen. Bovendien veranderen de Duitsers nu en dan de locatie van hun lanceerplatformen, wat het moeilijker maakt om te anticiperen op de koers van de bommen.

Foto links: een rampcontrolewagen van de PLB Antwerpen.
Foto rechts: generaal Armstrong en Antwerp X

Het einde

Op 28 maart 1945 valt in Ekeren (eindelijk) de laatste V-bom op Groot-Antwerpen. In die laatste maand vallen er nog iets meer dan 200 dodelijke slachtoffers.

Cookies opgeslagen