Direct naar inhoud

Hoog contrast

Militairen op het Joodse perk van het Schoonselhof

Militaire graven op het Schoonselhof

De krijgsbegraafplaats op het Schoonselhof is vandaag een rijk herinneringslandschap. Hier liggen slachtoffers uit beide wereldoorlogen samen. De Antwerpenaar herdenkt er zowel omgekomen stadsgenoten als gesneuvelden uit alle hoeken van België en ver daarbuiten.  Deze militaire begraafplaats vormt ook het brandpunt van de jaarlijkse 11 novembervieringen in het Antwerpse. Die dag staat de wapenstilstand centraal die een einde maakte aan de gevechten van de Eerste Wereldoorlog. Toch groeide later de traditie om op 11 november de slachtoffers van beide wereldoorlogen te herdenken.

De militaire begraafplaats is niet de enige plek op het Schoonselhof waar oorlogsslachtoffers rusten. Vele gesneuvelde militairen kregen een plaats in de buurt van familie op de burgerlijke perken. Hierdoor vallen zij deels buiten de militaire herdenkingsriten. Dit artikel vertelt het verhaal van twee Belgische soldaten die op het Joodse perk in het Schoonselhof liggen begraven: Abraham Geldzähler en Albert Wellner. Deze twee soldaten maakten deel uit van het Belgische leger tijdens de Achttiendaagse Veldtocht. Van 10 tot 28 mei 1940 verdedigde de Belgische strijdmacht zich tegen de inval van Nazi-Duitsland. De korte strijd eindigde met de capitulatie van het Belgische leger, waarna Duitsland zijn bezettingsregime kon installeren. 

Portret van een man

Portret van Albert Wellner.
(Bron: L’histoire des juifs à Anvers (Antwerpen), Ephraïm Schmidt, Antwerpen, 1969)

Joden in het Belgische leger

Abraham Geldzähler (°1910) en Albert Wellner (°1913) wonen voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog beiden in Antwerpen, in de omgeving van het stadspark. Hun families zijn rond 1900 geëmigreerd naar België. De ouders van Wellner zijn Pools. De familie Geldzähler komt uit Oostenrijk-Hongarije. Tijdens het interbellum verkrijgen beide gezinnen het Belgische staatsburgerschap. Hun vaders werken in de diamantsector. Abraham treedt in de voetsporen van zijn vader en verdient de kost als diamantslijper. Albert is tandarts.

Net zoals iedere Belg moeten ze zich in het jaar van hun twintigste verjaardag melden voor hun dienstplicht.

Hoewel binnen de Joodse gemeenschap zeker de bereidheid leeft om dienst te doen als militair, is het aantal Joodse soldaten in het Belgische leger aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog eerder laag. Officiële cijfers ontbreken, maar naar schatting maken er zo’n 600 Joden, verspreid over alle rangen, deel uit van het leger. De reden voor dit beperkte aantal ligt bij het feit dat enkel houders van de Belgische nationaliteit zich kunnen aanmelden voor het leger. Een groot deel van de Joden die tijdens het interbellum vanuit Oost-Europa naar België vluchten, zijn hierdoor uitgesloten.

Groepsportret van militairen

Een groep Joodse Antwerpse soldaten tijdens een oefening in 1934. 
(Bron: L’histoire des juifs à Anvers (Antwerpen), Ephraïm Schmidt, Antwerpen, 1969)

Wanneer in 1939 de Duitse koers naar oorlog onvermijdelijk lijkt, behoren beide mannen tot de reserve van het Belgische leger. Eind augustus 1939 beslist de Belgische staat haar leger in verschillende fasen te mobiliseren. Op 11 september is het de beurt aan de eenheid van Wellner en Geldzähler, de 14de Infanteriedivisie. Ze komen terecht bij de geneeskundige compagnie van het 35ste Linieregiment. Het zal meer dan een half jaar wachten zijn voor de oorlog effectief uitbreekt.

Achttien dagen terugtrekken

10 mei 1940, 5u ‘s ochtends. Eerder die nacht werd het regiment gewekt na het ontvangen van een alarmmelding. Nu zien de Belgische soldaten de eerste vijandelijke vliegtuigen overvliegen. Het vermoeden groeit dat de oorlog met Duitsland begonnen is. Om 6u krijgen ze bevestiging: Duitsland is België binnengevallen.
Het regiment van Geldzähler en Wellner bevindt zich aan de stelling van het Albertkanaal, ter hoogte van Beringen (Limburg). Dit front kunnen ze slechts twee dagen verdedigen. Op 12 mei komt het tot hevige gevechten met Duitse troepen. Die laatste winnen steeds meer terrein. Dezelfde nacht beveelt de legerleiding de evacuatie. De volgende dagen trekt het regiment steeds verder terug, dwars door Vlaanderen. Eerst achter de KW-linie, in Willebroek. Later volgt Dendermonde, van waar een goederentrein hen naar Diksmuide voert. Dit stadje zal het 35ste Linieregiment de laatste tien dagen van de Veldtocht verdedigen. De chaos in de westhoek is groot. Miljoenen vluchtende burgers en soldaten uit het Belgische, Franse en Britse leger geraken ingesloten door de oprukkende Duitse legermacht. De situatie culmineert op 28 mei wanneer koning Leopold III, opperbevelhebber van het  Belgische leger,  capituleert.

Een groepje soldaten aan een kanaal

Een groepje Duitse soldaten probeert het Albertkanaal over te steken ter hoogte van Vroenhoven, 14 mei 1940.
(© Stadsarchief Antwerpen)

Het einde van de strijd

Het nieuws over de capitulatie verspreidt zich maar traag onder de Belgische troepen. Zo nemen in de ochtend van 28 mei nog verschillende regimenten de wapens op tegen Duitse soldaten alvorens ze het nieuws ontvangen. Verder betekent de overgave van het leger niet dat de oorlog op het Belgische grondgebied stopt. De Franse troepen die aanwezig zijn in België blijven in oorlog met Duitsland. Tegelijk probeert Groot-Brittannië zijn expeditieleger te evacueren vanuit de Noord-Franse havenstad Duinkerke.

Een aantal Belgische soldaten maakt van deze verwarring gebruik om te vluchten of om zich aan de kant van Frankrijk of Groot-Brittannië te scharen. Ook Abraham Geldzähler en Albert Wellner willen vermijden dat zij in een krijgsgevangenenkamp terechtkomen. Een derde Joodse Antwerpenaar, Benjamin Zeldenrust (van het vervoerskorps), vergezelt hen. Waarschijnlijk vertrekken ze met de bedoeling om zich bij de geallieerde legers in Frankrijk te voegen en zo de strijd tegen Duitsland verder te zetten. Ze stappen in een auto en zetten koers richting de Franse grens. Om die te bereiken moeten ze de IJzer oversteken via de Tervatebrug in Keiem. Hun ontsnappingspoging eindigt hier. Op het moment dat zij de brug oprijden, blazen Franse soldaten deze op om te voorkomen dat Duitse troepen de IJzer kunnen oversteken. De drie mannen overlijden ter plekke. Ze krijgen een tijdelijk graf in Keiem.

Document

Fiche van de dienst oorlogsgraven van Abraham Geldzähler. (Bron: Belgian War Dead Register)

Kameraden in de dood

Enkele weken later, Antwerpen is dan een bezette stad, laten de families Wellner en Geldzähler de resten van hun zonen begraven op het Joodse perk van het Schoonselhof. De soldaten krijgen een graf naast elkaar, in de buurt van graven van eerder overleden familieleden. In 1942 krijgen beide graven een gelijkaardige grafsteen, met daarop hun militaire bijdragen vermeld. Tot vandaag rusten de strijdmakkers naast elkaar, in de groene stilte van het Schoonselhof.

Nieuwe Wandeling

De historie van Abraham Geldzähler en Albert Wellner is een van de vele verhalen die schuilen achter de grafzerken op het Schoonselhof. Het team van het Schoonselhof werkt momenteel aan een nieuwe wandeling op de begraafplaats in het thema van de Tweede Wereldoorlog.

Cookies opgeslagen