Direct naar inhoud

Hoog contrast

Jaap Koster schrijft een brief vanuit het werkkamp Les Mazures

Het is 18 oktober 1942 in het werkkamp Les Mazures nabij Charleville, Frankrijk. Jacob – Jaap – Koster, een Joodse man uit Antwerpen, schrijft een brief aan zijn buren. Jaap bevindt zich al enkele maanden in het kamp, maar heeft het gevoel dat zijn verblijf er bijna op zit. Hij hoopt dat hij binnenkort terug naar huis zal kunnen, maar daarin vergist hij zich helaas volledig.

Een brief

Jaap richt zich tot de familie Trompetter, buren waarmee hij een goed contact heeft. Hij vraagt hen om een aantal praktische zaken te regelen. Maar eigenlijk wil hij vooral weten hoe het met zijn familie gaat. Jaap ontving al enkele maanden geen nieuws meer van zijn ouders, broers of zussen en hoopt dat zijn buren meer weten. Het einde van zijn brief is optimistisch: “kop omhoog en goeden moed.” 

De brief van Jaap, die vandaag bewaard wordt in het FelixArchief, is meer dan zomaar een brief. Het is een unieke getuigenis. Tussen augustus en oktober 1942 zet de Duitse bezetter 292 Antwerpse Joden in als dwangarbeiders in het Noord-Franse werkkamp Les Mazures. Deze brief herinnert ons aan hun lot. Het document vertelt ook het tragische verhaal van Jaap Koster en zijn gezin. Net als vele duizenden andere Joodse families in Antwerpen worden zij door de Tweede Wereldoorlog van elkaar gescheiden. 

Handgeschreven brief

De brief die Jaap Koster aan zijn buren, het gezin Trompetter, schrijft. De transcriptie van deze brief staat onderaan. (© Stadsarchief Antwerpen)

Verplichte tewerkstelling

Jaap Koster (°1918) woont samen met zijn ouders, acht zussen en twee broers in de Sterrenborgstraat in Borgerhout. Het Joodse gezin is afkomstig uit Amsterdam en verhuisde in de jaren ‘20 naar Antwerpen. Vader Louis en zoon Jaap zijn er, zoals vele anderen, actief in de diamantindustrie. 

Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, bemoeilijken de economische maatregelen van de bezetter al snel het dagelijkse leven van de Joden in Antwerpen. Zo wil men Joden uit het economische leven bannen en hen marginaliseren. Op 17 april 1942 verschijnt er een zoveelste nieuwe verordening. Nu verplicht de bezetter alle Joodse bedrijven die aangesloten zijn op de Diamantcontrole om hun werk stil te leggen. Joden mogen ook geen nieuwe bedrijven meer opstarten. Jaap Koster en zijn vader Louis, beiden diamantzager, vallen zonder werk. 

Portretfoto van een man

Pasfoto van Jacob -Jaap- Koster. (© Algemeen Rijksarchief Brussel, gedigitaliseerd door Kazerne Dossin)

De bezetter creëert massale werkloosheid onder de Joodse bevolking. Van deze situatie maken de Duitse autoriteiten later gretig gebruik. Ze zetten de Joodse werklozen in als dwangarbeiders voor Organisation Todt (OT). Dit is een Duitse frontbouwmaatschappij, opgericht door de Nazi-partij. OT bouwt vanaf 1942 verdedigingswerken langs de kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Deze megalomane Atlantikwall vraagt om grote aantallen arbeidskrachten. Het Derde Rijk dwingt in alle bezette gebieden mensen om hieraan mee te werken, zo ook in Antwerpen. Hier roepen de Duitse autoriteiten op 11 maart 1942 de verordening tot de verplichte tewerkstelling van Joden in het leven.

De Antwerpse Feldkommandantur laat deze verordening uitvoeren door het lokale Arbeidsambt. Doordat dit een Belgische overheidsdienst is, wekt dit vertrouwen op bij opgeroepenen. Maar schijn bedriegt. De dienst werkt namelijk nauw samen met de Duitse bezetter. Het Arbeidsambt roept Joodse mannen tussen de 16 en 50 en vrouwen tussen 16 en 40 op om zich te melden. De Antwerpse politie bezorgt de tewerkstellingsoproepen aan huis. Een medische keuring bepaalt of de kandidaten geschikt zijn voor het zware werk. Hierna krijgen de werkkrachten het bevel zich op de aangegeven datum naar het Centraal Station begeven. Van daar voert een trein hen naar Frankrijk.

In drie maanden tijd verzamelt het Rijksarbeidsambt in heel België 2.252 Joodse dwangarbeiders voor de werkkampen van Organisation Todt. In totaal vertrekken er negen konvooien, waarvan zes uit Antwerpen. Ze vertrekken allemaal naar de werkkampen aan de Noord-Franse kust, met uitzondering van het derde konvooi uit Antwerpen. Dat gaat richting het kamp Les Mazures, in de Franse Ardennen. De trein heeft 292 arbeiders aan boord. Een van hen is Jaap Koster. 

Les Mazures

Vroeg in de ochtend van 28 juli 1942 vertrekt Jaap Koster in het Centraal Station. Hij heeft thuis afscheid moeten nemen van zijn familie. Door de avondklok mogen Joden zich voor 7u ‘s morgens niet op straat begeven. Zijn gezin komt dus niet mee naar het station. Via Brussel brengt een trein de Joodse arbeiders naar het Franse dorp Revin. Ze wandelen het laatste stuk naar het werkkamp Les Mazures. Het kamp zelf zullen ze moeten bouwen tijdens de maanden die volgen. Verder zet de kampleiding de dwangarbeiders in voor de productie van houtskool, bestemd voor de Duitse oorlogsindustrie. Jaap komt terecht in de houtskoolbranderij. 

De arbeiders slapen in de oude metaalgieterij Henon. Het regime is hard. De werkdagen duren tien à twaalf uur met enkel op zondagnamiddag vrij. Het voedsel is erg beperkt. Door de combinatie met het zware werk is honger de vaste gezel van de werkers. Na het werk belagen de bewakers hen met karweien, driloefeningen, beledigingen en straffen. Verschillende mensen die in de buurt van het kamp wonen, proberen de arbeiders te helpen door hun extra eten te geven. Sommigen bieden zelfs onderdak aan gezinsleden van arbeiders die naar Frankrijk reizen. Die hopen daar hun echtgenoot of zoon te kunnen zien. 

De maanden in het werkkamp zijn zwaar, maar verbleken bij wat nog volgt na Les Mazures. Op 23 oktober 1942, vijf dagen nadat Jaap Koster zijn brief schrijft, zijn de werken aan het kamp beëindigd. Die nacht roepen de bewakers de arbeiders op appel. Het merendeel van hen vertrekt per trein naar de Dossinkazerne in Mechelen. Daar belanden ze op de lijst van Transport 15. Op 24 oktober vertrekt dit konvooi, samen met Transport 14, richting het oosten. Richting Auschwitz.

Het gezin Koster

Wat Jaap niet weet, is dat zijn hele gezin al voor hem naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau werd gedeporteerd. Al tijdens de Antwerpse razzia’s in de zomer van 1942 komen Jaaps ouders, zussen en broers in de handen van de Duitsers. De gezinsleden worden gescheiden. Hun namen staan vermeld op de transportlijsten van Transport 3, 6 en 7. Wanneer Jaap zijn brief schrijft met de vraag om informatie over zijn familieleden, zijn die dus al naar het Oosten weggevoerd. De officiële overlijdensdatums suggereren dat de jongste zussen en broers meteen na hun aankomst naar de gaskamers zijn geleid. Aangezien kinderen niet geschikt zijn voor de dwangarbeid, is hun kans op overleven gering. De exacte sterfdatum van Jaaps drie oudste zussen en ouders is niet gekend. Daardoor is het niet duidelijk wat er met hen gebeurt na aankomst in het kamp. Toch staat het vast dat geen van hen de oorlog overleeft.

Portretten van zes verschillende personen

Enkele leden van het gezin Koster: ouders Louis en Elisabeth, kinderen Roosje, Anna, Rebecca en Willy. (© Algemeen Rijksarchief Brussel, gedigitaliseerd door Kazerne Dossin)

Auschwitz

Op 26 oktober 1942 komt Jaap Koster aan in Auschwitz. De SS’ers selecteren hem samen met 575 anderen voor tewerkstelling in het concentratiekamp. De andere 896 inzittenden van Transport 14 en 15 zijn volgens de kampleiding arbeidsongeschikt en worden ter dood gebracht. Koster krijgt het stamnummer 70488 en belandt in het subkamp Jawischowitz, waar hij in de nabijgelegen kolenmijn werkt. Hij verblijft hier twee jaar, tot de evacuatie van Auschwitz in januari 1945. Wanneer het Rode Leger het kamp lijkt te naderen, moeten ruwweg 58.000 gevangen onder bewaking te voet naar andere concentratiekampen in Duitsland en Oostenrijk. Deze dodenmars brengt Jaap Koster uiteindelijk naar de omgeving van Flossenburg, waar het Amerikaanse Leger hem bevrijdt op 23 april 1945. Een maand later, op 17 mei, staat hij terug in Borgerhout.

Jaap is de enige van zijn familie die de oorlog overleeft en terugkeert naar Antwerpen.

Getypte tekst

Verklaring van Jaap Koster over zijn oorlogservaring. Hij laat deze in 1945 opschrijven in het gemeentehuis van Borgerhout om na zijn terugkeer nieuwe identiteitspapieren te verkrijgen. (© Stadsarchief Antwerpen)

Lees hier de transcriptie van Jaap Kosters brief

18-10-‘42

Beste vrienden, 

Ik hoop dat deze brief jullie in de beste welstand bereikt, wat bij mij ook het geval is. Allereerst wil ik u mededeelen: dat geval van de fr. 625 is in orde en daar dank ik hartelijk voor, maar van dat pak nog steeds niets gehoord. Ook nog steeds niets gehoord van mijn familie. Hopelijk weten jullie nu iets. Het is goed mogelijk dat ons adres verandert word maar ik zal mijn best doen het tijdig te berichten. Nieuws valt hier niet voor, alleen zijn wij er allen van overtuigd dat wij weer spoedig thuis bij elkaar zullen zijn. Het valt erg hard steeds niets te horen van de familie, maar het is voor mij nog een troost met u in verbinding te staan. Nu moet ik ophouden want wij gaan dadelijk eten en daar moet ik op tijd bij zijn. Nu ik hoop dat ik spoedig weer iets nieuws van jullie mag vernemen en tevens van mijn familie, dus kop omhoog en goeden moed en vele groeten van jullie vriend en buurman. 

Jaap Koster

PS: Geef alle bekenden ook Ben en de buurman aan de overkant de groeten van mij.

Cookies opgeslagen