In november 1942 wordt de Antwerpse politieschool overvallen. Die is een doorn in het oog van het verzet. Jonge rekruten worden er immers opgeleid in de geest van de Nieuwe Orde. Maar ook de aanwezige wapens maken de politieschool tot een interessant doelwit. Hoewel niet met zekerheid vaststaat wie de overval precies heeft gepleegd, is de betrokkenheid van de Wilrijkse verzetsgroep rond Jules Draeyers het meest plausibel.
Zondagavond 28 november 1942, omstreeks half elf. Een groep mannen dringt de politieschool Victor Desguin aan de Antwerpse Jan van Rijswijcklaan binnen. Volgens de aanwezige bewakingsagent Karel Mees zijn ze gewapend en gemaskerd, en binden ze hem vast op een stoel. Op hun vraag waar de wapens te vinden zijn, kan hij niet antwoorden. Na een tijd komen de mannen toch terug met wapens die ze ergens in de school gevonden hebben. Voor ze rond half twee vertrekken, snijden de mannen de telefoondraad door, verontschuldigen zich bij Mees en steken de kachel aan.
Agent Mees kan nadien zijn overste verwittigen. Wanneer de mobiele brigade van de Antwerpse politie arriveert, kan die enkel vaststellen dat er wapens en een schrijfmachine verdwenen zijn. “Over de gebeurtenissen bestaan veel tegenstrijdige verklaringen”, zegt Noah Delcueillerie, die aan de Universiteit Antwerpen een masterthesis schreef over de overval op de politieschool. Het enige ooggetuigenverslag is dat van Karel Mees.
Bureau van de planton (wachter). De telefoondraad is doorgesneden. Op de stoel werd Karel Mees vastgebonden. © Rijksarchief te Antwerpen, Archief van het Parket van de Procureur des Konings te Antwerpen, Bundel “Overval op Politieschool”, Weerstandsorganisaties 295B 1957, Antwerpen.
Belichaming van de Nieuwe Orde
De politiescholen, waaronder die van Antwerpen, zijn opgericht op bevel van de Duitse bezetter. De bedoeling is om er Belgische agenten op te leiden in de geest van de Nieuwe Orde. Wie bij de politie wil, heeft geen keuze en moet ernaartoe. Ook agenten met een zekere leeftijd moeten er een opleiding volgen. De overval in november 1942 komt er pas enkele maanden na de opening van de school. “De politieschool is een symbolisch doelwit”, aldus Noah Delcueillerie. “Het is immers de belichaming van de fysieke aanwezigheid van de Nieuwe Orde in Antwerpen. Maar volgens mij is er nog een tweede, belangrijkere reden waarom men de school overvalt. Het verzet geraakt moeilijk aan wapens en in de school zijn die vrij makkelijk te vinden.”
Na de overval start de Antwerpse politie een onderzoek, maar de bezetter trekt dit al snel naar zich toe. “Veel gegevens over het onderzoek heb ik niet teruggevonden”, vertelt Noah Delcueillerie. “Wat wel zeker is, is dat er twee kampen zijn: de Abwehr (Duitse militaire inlichtingen- en contraspionagedienst – red.) en de Sipo-SD (Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst, de geheime politie van de SS – red.). De eerste wil het verhaal van de overval zo breed mogelijk verspreiden, de tweede wil het potje gedekt houden. Dit is gelinkt aan de ruimere aanpak van het Belgisch Legioen die beide groepen voorstaan. Waarom ze die verschillende beweegredenen hebben, is niet duidelijk. Maar het lijkt erop dat het om een interne machtsstrijd gaat.”
Foto's uit het gerechtelijk dossier: de school met aanduiding van de vluchtweg (B) en de kast waaruit wapens werden gestolen. © Rijksarchief te Antwerpen, Archief van het Parket van de Procureur des Konings te Antwerpen, Bundel “Overval op Politieschool”, Weerstandsorganisaties 295B 1957, Antwerpen.
Veertien jaar na de overval, in 1956 opent de Antwerpse gerechtelijke politie een nieuw onderzoek. Aanleiding is de aanvraag tot erkenning als weerstander van ene Cornelis de Haan. Om diens zelfverklaarde betrokkenheid te controleren, start de gerechtelijke politie een eigen onderzoek. “Veel betrokkenen zijn op dat ogenblik al overleden”, zegt Noah Delcueillerie. “Als titel van mijn scriptie heb ik een citaat uit het onderzoek gekozen: ‘Het schijnt, alsof over deze zaak een sluier der vergetelheid werd gespreid.’ Zo is de rol van de bestuurder van de school nooit uitgeklaard. Dat is een dubbelzinnig figuur: er zijn aanwijzingen dat hij de actie heeft gefaciliteerd. Tegelijk beweren andere bronnen dat hij Duitsgezind is. Aan de onderzoekers in 1956 zegt hij dat hij liever niet over de gebeurtenissen uit 1942 praat. Misschien vreest hij op dat ogenblik zijn erkenning als lid van het verzet te verliezen?”
Overmoedige jongens en mannen
Velen claimen na de oorlog hun betrokkenheid bij de overval op de politieschool, al dan niet naar waarheid. Maar volgens Noah Delcueillerie is die van de Groep Draeyers het meest waarschijnlijk. Jules Draeyers is een katholieke meubelmaker en pacifist die al in februari 1941 in Wilrijk een ‘Witte Brigade’ opricht. Dat doet hij samen met Michel Geysemans, leider van de Wilrijkse afdeling van het Belgisch Legioen. Draeyers richt later zijn eigen verzetsgroep op, die voornamelijk bevolkt is met overmoedige jongens en jonge mannen uit Wilrijk. Ze delen hun hang naar avontuur. Ondersteuning is er van onder meer Draeyers’ zus Joanna. De groep pleegt gewapende verzets- en sabotagedaden. De leden stelen wapens en munitie, en saboteren spoorwegen. Voor de overval staan ze in contact met de verzetsgroep rond adjunct-politiecommissaris Emile Bethuyne. Hij zou de bedenker zijn van het plan om de politieschool te overvallen. Als politieagenten zou het voor de leden van de Groep Bethuyne echter te riskant zijn om de overval zelf te plegen.
Jules Draeyers (links) en Emile Bethuyne. © Kring voor heemkunde Wilrica en Stadsarchief Antwerpen
“De Duitse repressie die de leden van de groep zal treffen, komt er niet alleen omwille van hun vermeende betrokkenheid bij de overval”, stelt Noah Delcueillerie. “Spion Alex Lagneau is dan al geïnfiltreerd in de Groep Draeyers en houdt de bezetter op de hoogte. Draeyers en medeverzetslid August Stappers hebben Lagneau na een tijd door en proberen hem op 27 december 1942 te doden, zonder succes. Draeyers en zijn kompanen hebben een stevig wapenarsenaal opgebouwd. De Duitsers beschouwen de groep als een grote bedreiging voor hun plannen en strategieën in Antwerpen. In maart 1943 starten de Duitsers een klopjacht op de leden van de groep. Draeyers zelf wordt twee keer gearresteerd, maar kan telkens ontsnappen – één keer zou hij daarbij zelfs hulp hebben gekregen van agenten van de Sipo-SD. De derde arrestatie wordt hem echter fataal. Nadat hij wordt opgepakt bij de bestorming van een safe house wordt hij op 30 oktober 1943 geëxecuteerd. Zijn medestanders weten dat niet en willen hem bevrijden. Wanneer de auto die ze daarvoor willen gebruiken, wordt gestolen, doen ze daarvan melding op het gerechtshof. Ze worden ter plekke gearresteerd, en dat is meteen de doodsteek voor de kern van de Groep Draeyers.”
In zijn scriptie stelt Noah Delcueillerie dat de grens tussen verzet en banditisme in het geval van de overval op de politieschool niet altijd even scherp is. “Als je bedenkt hoe het verzet naar die school kijkt en wat de bedoeling is van de overval, dan kan je spreken van een verzetsdaad. Maar de actie is ook een overval op een instelling. Dat is een strafbaar feit als er geen oorlog zou zijn.”
Zeldzame verzetsactie in Antwerpen
De onderzoeken uit 1942 en 1956 hebben de mist rond de overval op de politieschool niet helemaal kunnen doen opklaren. Zo zijn de gestolen wapens niet allemaal teruggevonden, en is het dus niet duidelijk wie er nu allemaal precies heeft deelgenomen. Bovendien wordt het tweede, meer grondige onderzoek gevoerd veertien jaar na datum. Herinneringen zijn op dat ogenblik al bijgekleurd. Mogelijk zijn bepaalde nabestaanden in 1956 overleden. En omdat het onderzoek gekoppeld is aan de erkenning als verzetsstrijder, kan het voor sommigen interessant zijn om de eigen betrokkenheid te overdrijven.
“Mijn onderzoek is gebaseerd op het concept exceptional typical”, duidt Noah Delcueillerie. “Ik ben vertrokken van een microhistorisch perspectief: één nacht tijdens de oorlog in Antwerpen. Van daaruit heb ik bredere patronen in het verzet blootgelegd en doelstellingen van de actoren gedefinieerd. Verzetsstrijders beschouwen de overval na de oorlog als een van de weinige echte verzetsacties in Antwerpen.”
De afscheidsbrief van Jules Draeyers © ARA 2 (depot Cuvelier) – CegeSoma, Dossiers comprenant les lettres d'adieu avant la mise à mort et la documentation relatives à 385 personnes de Belgique exécutées par l'occupant allemand entre 1940 et 1944, Dossier Jules Draeyers, inventaris AA2346, Brussel